Bouwsteen maatschappij
Tijdens het Visio Symposium “Oog voor #WatKanWel” inspireerde onderzoeker en verbinder Johan Bartels deelnemers met zijn visie op Kanslijn 5. Een kanslijn is een ontwikkelthema binnen de gehandicaptenzorg, waarbij organisaties samenwerken om de zorg toekomstbestendig, betaalbaar en passend te maken. Bartels benadrukte de urgentie: “Als we nu niks doen, lopen we vast.”
Met vergrijzing en personeelstekorten is het cruciaal om nieuwe mogelijkheden te vinden om de zorg te organiseren. Een oplossing kan zijn om het netwerk van cliënten, zoals familie en vrijwilligers, meer te betrekken bij de zorg. Bijvoorbeeld door hen te vragen voor kleine, praktische taken.
Hoewel het betrekken van het cliëntnetwerk tijd en zorgvuldigheid vraagt, zijn de positieve effecten al zichtbaar. Een deelnemer vertelt daarover: “Als je door het betrekken van het netwerk kwaliteit kunt toevoegen en grenzen die nu nog uit elkaar liggen, dichter bij elkaar kunt brengen, dan is dat een belangrijke eerste stap. Ook al levert het nog niet direct een arbeidsbesparing op.”
Een belangrijke boodschap van Bartels was dat de kracht ligt in kleinschaligheid. “De vraag om hulp van naasten moet klein gesteld worden. Hoe concreter en duidelijker, hoe makkelijker het netwerk instapt,” zei hij. Het moet gaan om haalbare taken, zoals helpen koken of ondersteunen tijdens een activiteit. Dit maakt het laagdrempelig voor medewerkers om te durven vragen én voor het netwerk om mee te doen. Ook sluit het misverstanden uit: uit onwetendheid veronderstellen mensen soms dat ze directe verzorgingshandelingen gelijk moeten overnemen.
De veranderende rol van zorgmedewerkers kwam ook ter sprake. Zij moeten, naast zorg verlenen, steeds vaker ook in gesprek gaan met het netwerk van de cliënt. “Deze medewerkers zijn zorgers, geen ondernemers,” zei Bartels. “Maar we vragen wel ondernemerskwaliteiten van hen, zoals het organiseren van netwerkondersteuning. Dit vraagt om goede begeleiding en het herkennen van ieders kwaliteiten.”
Het is belangrijk om de ogen niet te sluiten voor een groep betrokkenen die de urgentie van het probleem niet zien of het zelfs ontkennen, zowel bij ouders als bij medewerkers. Vaak kennen zij de cijfers niet goed en nemen aan dat met hogere salarissen of andere keuzes het probleem ook op te lossen is. Deze mensen gaan niet achter de veranderingen staan als je als organisatie alleen maar blijft roepen dat het wel zo is. Zij moeten geleidelijk worden meegenomen in gesprekken over praktische opties. “Je beweegt je van hen af als je je niet hun werkelijkheid verplaatst,” stelt Bartels.
Bartels sloot af met een oproep aan organisaties om kansen te blijven zien en te benutten: “Ga het gesprek met je medewerkers, vrijwilligers, cliënten en naasten nu al aan. Niet pas als het dak breekt en het regent, maar daarvoor.” Als alle betrokkenen openstaan voor samenwerking en realistische verwachtingen creëren, kunnen we samen de zorg verbeteren en toekomstbestendig maken.